Naar Hongarije

Written by Vilan van de Loo on .

“Ik ben net terug uit Hongarije. Daar hielden ze een winterkamp dat geen winterkamp was, alleen een kamp in de winter. Voor hun was het de afsluiting van het jaar, van alle sporten, maar het kyokushinkai karate had de boventoon. Iedereen die bij de sporten betrokken was er, van de motorcrossers, de mensen die schoonmaakten tot aan de burgemeester. Degenen die wat voor de sport gedaan hadden kregen een vaas. Een beker, maar dan handgemaakt van keramiek met daarop schilderwerk. Allemaal handwerk. Het ingebonden certificaat ook.”


“Van die sfeer krijg ik energie. Zo hoort het. En je ziet dat het dus kan, samenwerking tussen alle sporten. Het was old skool, zoals je dat hier in Nederland vroeger ook had. Inhoudelijk waren ze wel met de tijd meegegaan, het is daar ook 2013. Grote veegmachines, jonge gastjes die alles meteen op Facebook zetten. Het winterkamp was nog niet begonnen of het was al “Kancho, kijk eens”, en dan hadden ze weer een fotoserie erop geknald. En ze weten alles van de sport, dat zoeken ze met Google op.”

“In Hongarije hing de oude budo-sfeer die in je in Nederland lang niet overal meer hebt. Iedereen zegt 'osu' op de juiste momenten. Er is respect voor hogere graden. Hier in Nederland is het “o ja, negende dan, nou en?', maar in Hongarije zit het gevoel voor de sport dieper. Voor de betekenissen ervan. En ze weten ook meer, ze vragen meer, ze willen leren, ze willen zich ontwikkelen. Dan weet je weer waardoor je kancho bent en niet alleen leraar. Ik had een klasje met de zwartebanders gedraaid, en toen stonden de kyu-graden nog in de sporthal te wachten tot ze konden afgroeten. Een uur lang hebben ze daar gestaan. En denk je dat er iemand klaagt?”

“Wij zijn weer verder ontwikkeld met de inhoudelijke kant. Kata's doen wij erbij, bij ons staat het vechten op de eerste plaats. Zij besteden veel meer aandacht aan de kata's, en dat zie je ook als ze het lopen. Dat is zo mooi. Zo goed. Prachtig. Maar het komt aan op het gevecht. Dat laat ik zien via de kata's. Waarom zitten die in elkaar zoals ze in elkaar zitten?  Voor het kleinste elementje ervan is een reden.
In de klas met de kyugraden zaten zo'n tweehonderd mensen. Ik heb een jongetje naar voren gehaald om dat te demonstreren. Dat was hun kampioen, die wist het allemaal goed, vonden ze. Dan komen we bij de kata en ik vraag hem: 'waarom doe je dit zo en niet zo?'  want ik pas het toe op het gevecht. Dan blijkt dat het toch anders in elkaar zit dan hij dacht. Dat jongetje offer ik dan op om de klas iets te leren.”

“Klassen van honderd man zijn daar gewoon, alles staat door elkaar, groot en klein, dik en dun, man en vrouw, volwassenen en kinderen. Ze hebben de Oostblokmentaliteit van doorgaan en doorvechten, net zo goed in Hongarije als in Polen en in Roemenië. Het hele solistische denken dat wij hier hebben, zit er daar nog niet in. Misschien zijn wij in dat laatste een beetje doorgeschoten maar je hebt het wel nodig in de sport. Dus als je dat kunt leren combineren, dan heb je goud in handen. Voor hun is het nieuw, zoals wij het doen.
Dus ik doe het voorzichtig. In een kleine dosis per keer. Dan kunnen ze het opnemen.”

Naar Hongarije - tweede gedeelte
“Bij de IBK komt twee keer een kamp in Hongarije, eentje in Italië en dan is er ons EK in Den Haag, in maart. Dat is genoeg, Niet honderd wedstrijden per maand zoals sommige kickboksbondjes hebben.”

“Op die manier hou je ook ruimte over voor iets leuks. Er komt weer een kyokushinkai marathon in Hongarije, dat is na het EK. Het is drie kwartier techniek en dan een kwartier rust. En dat tien uur lang. Ze willen daarmee in het Guinnes Boek of World Records komen. Ze hebben zo'n metronoom dat je ook bij piano's ziet. Dat tikt. Bij elke tik moet je een stoot geven. Ze hebben uitgerekend dat er in totaal tweeënhalfduizend technieken zijn.Ik ga met zoveel mogelijk mensen van Kamakura erheen. Er komen daar duizenden mensen. Typisch Hongarije. Daar zijn ze betrokken.”

“Na het kamp in Hongarije heb ik gevraagd hoe ze de andere aanpak van de sport vonden. Wat bleek? Ze waren blij dat ze nu op deze maner verder konden komen.
Hoe heet dat? Vreemde ogen dwingen. Ze hebben daar een generaal die al tachtig jaar op dezelfde manier lesgeeft. En zij weten dat wij het weten, dat we geen flauwekul verhalen verkopen over een drukpunt op je oor aanraken en dat je dat neergaat.”

“Hongarije is nu een broedplaats van een nieuwe generatie vechtsporters. Iedereen buiten Hongarije weet het. En ze proberen het tegen te houden, omdat ze bang om alle wedstrijden te verliezen. Maar als dat zich goed blijft ontwikkelen, is dat een gouden generatie. De Oostblokmentaliteit met de ontwikkelingen van hier erbij gevoegd. Dan winnen ze alles. Ze zijn nog niet verpest door de welvaart.”

“Wat ze in Hongarije ook kunnen, is samenwerken. Er is een Hungarian Federation. Dat is de paraplu. Dus als er iets georganiseerd wordt, weet iedereen het meteen. En als het regent, wordt niemand nat. Zo'n federatie is ook weer niet zaligmakend, want je blijft de menselijke conflicten houden. Er is overal wel een adjudant-generaal die de baas wil spelen. Maar ze kunnen daar samenwerken, er is geen jaloezie. Het kán daar. Het kan bijna overal, behalve in Nederland.
Ik was aanwezig bij een graduering en daar zag ik ook een arts van de federatie. Hij was er gewoon, hij hield toezicht, en iedereen moest het boekje laten zien. Eentje werd er uitgevist: die had een wedstrijd gedaan, was neergegaan en mocht zes weken niet vechten. Zo hoort het, dacht ik. Hier heb je wel 80 startboekjes van de kickboksbonden. Mag je niet met het ene bondje meedoen, dan ga je gewoon naar het andere.”

“Nog iets leuks. Andrea Stoppa had een seminar van de International Budikai (IKB) in Pordenone in  Italië. Zijn gastdocent was David Pickthal van de IFK, dat is de International Federation of Karate. Stoppa was begin december jarig. Hij is niet bandjesgeil. Eerder voorzichtig. Maar van Pickthal kreeg hij zijn vierde dan.”

“Als ik twintig jaar geleden in Hongarije was geboren, dan had ik alle kennis als een spons opgezogen. Het is daar gewoon goed. Echt goed.”