Het vechtsportinternaat

Written by Vilan van de Loo on .

“Ze komen uit alle hoeken van de wereld naar ons om Uchi-desi te worden. Intern. Doen wat je gezegd wordt, meetrainen. Zes weken is het minimum. Twee, drie jaar is het mooiste. Maar de meesten houden het niet vol. Ik heb hier jongens gehad, die zetten hun tasje neer en na één les was dat tasje weer weg.”
“Als Uchi-desi heb je geen problemen aan je hoofd. Je hoeft zelf geen beslissingen te nemen, alleen te luisteren. En niet negatief zijn, dus niet zeiken. Na die periode hoef je niet terug. Je mag ook levenslang hier blijven.”

“Hollandse jongens hebben we nauwelijks. Die zijn te verwend. Die zijn twintig jaar en kunnen alleen hun IPad zelfstandig aanzetten. De navelstreng moet je bij de geboorte doorknippen. Maar als ze hierkomen, zitten ze nog steeds vast aan pappie en mammie. En dan komt er een kale gek met een dikke buik die zegt dat ze de vloer moeten dweilen en de wc's moeten schoonmaken. Maar zo'n jongen kan nog niet eens zijn eigen kamer opruimen. Dus dat is een leerproces van een paar dagen of zes weken.”

“Oostblokkers zijn zoals wij zestig jaar geleden waren. Die kunnen nog gehoorzamen. Er is nu een jongen helemaal met de bus uit Roemenië hierheen gekomen omdat hij graag bij ons Uchi-desi wilde zijn.”

“Als hij het leuk vindt, dan vind ik het ook leuk. Maar je moet je wel inzetten. Je aan de regeltjes houden van wat wij allemaal hier doen. Alles weglaten, geen IPad de hele dag. En vechtsport leren. Wij zijn de laatsten die iemand niks willen leren. Júíst. Want misschien is het wel een goede leraar voor de toekomst.

“Scheve gezichten? Ergens geen zin in? Nee? Ffft, wegwezen. Zo eenvoudig is het.”